Shelter 68, een opvangcentrum voor illegalen, ligt aan de Slachthuislaan – what’s in a name? – ver weg van de stad, in een troosteloze buurt, een buurt die wellicht nooit écht zal opleven. Gezelligheid is daar nooit de bedoeling geweest: industrie, een bandencentrale, autoverkoop…
Shelter 68 is ondergebracht in een gebouw dat ooit door een architect zonder inspiratie, of door een architect met duidelijke instructies van de administratie - droge functionaliteit -, is ontworpen. Een hoekig, langwerpig gebouw in bleekgele steen, met een verdieping over misschien één derde van de totale oppervlakte van het volledige gelijkvloers, ramen gevat in aluminium. Het meest opvallend zijn de felblauwe containers die naast het gebouw staan opgesteld en daarmee in verbinding staan. De containers behuizen de sanitaire inrichtingen. Naar wat ik hoor is dat - gezien de clientèle - geen overbodige luxe. Toch zijn de sanitaire voorzieningen behoorlijk uitgerust.
De tijdelijke verblijvers kijken niet naar de architectuur, ze willen het alleen maar warm hebben, eten, zich wassen, kleren wassen en slapen.
Bij de ingang loop ik recht op het kantoortje van de leiding uit. Daarin staan twee bureautafels en twee bedden. ’s Nachts is er natuurlijk een permanentie en in ploegen overnachten leden van de begeleiding in de instelling.
In het bureau liggen ook stapels badhanddoeken en washandjes. Shampoo en tandpasta wordt door de gasten zelf uit tubes in potjes gespoten, anders wordt er mee gemorst en het budget is niet van die aard om er uitbundig mee om te springen.
Misschien is het de ijzige koude op die sombere, grijze zondag die op het gemoed werkt, maar ik heb niet de minste zin om te anticiperen op welke opgewektheid van de tijdelijke bewoners dan ook. Zij hebben - een korte wijle - alle redenen om verheugd te zijn. Ze hebben de nacht in een warm bed doorgebracht, ze hebben zich kunnen wassen en een ontbijt genuttigd. Ze hebben hun kleren in één van de wasmachines kunnen stoppen. Maar om tien uur ’s morgens moeten ze weer naar buiten, de koude in. Waarschijnlijk vindt elk van hen dat niet eens een bezwaar: de stad intrekken en wie weet welk prachtig, kortstondig avontuur tegemoet en, misschien, welke ontvangst bij het eventuele bedelen. ’s Avonds kunnen ze, als ze dat willen, terugkeren naar die warme plek. En dat dagen na elkaar… tot 31 maart 2012, of tot er zich een andere bestemming aandient, of tot ze een retourticket krijgen naar het land van herkomst.
’s Avonds wordt er soep met brood aangeboden, zoveel ze willen. ’s Morgens is er koffie, thee, brood met gerantsoeneerd beleg, en confituur. Er is toezicht op het eten want in het begin van het project werden de gasten vrij gelaten. Ze morsten er op los dat het een schande werd. Dat verraadt ook weer een deel hun ingesteldheid. Nu wordt alles geteld. Zelfs het fruit, bijvoorbeeld appelsienen, wordt in partjes verdeeld. Hebben ze nog honger, dan eten ze brood met confituur.
Het project Shelter 68 is opgestart door de Stad Antwerpen op 1 december 2011 als – tijdelijke - opvang van illegalen. Allicht wilde het stadsbestuur een oplossing vinden voor de zich aanmeldende koude. Er was van alle kanten genoeg kritiek gekomen over het niet verlenen van hulp, vooral van de zachte en groene sector. De stad moest anticiperen en heeft dat op een bewonderenswaardige wijze gedaan.
Het is niet omdat het geheel gehuisvest is in de bovenaan beschreven inplanting, dat de idee die er achter schuilt niet welgemeend zou zijn en zich verschuilt achter prikkeldraad. Het gaat hem om de geboden hulp. Maar zoals me wordt gezegd: gestrengheid is geboden, altijd, het is aanhoudend opletten dat er geen loopje met de begeleiding wordt genomen. Die moet ervan uitgaan dat degenen die hier aanbelanden tot de laagste trap van de beschaving behoren, als ze die laagste trap al halen. Misschien mag het niet zo worden gezegd, maar de waarheid én de werkelijkheid mogen hun beloop hebben.
Er lopen individuen rond die meewillen, natuurlijk. En dan is het een opluchting om in die personen tijd te kunnen steken. En misschien krijg je respons.
Wat wél belangrijk is, is dat ze de eerste stap zetten naar eventuele integratie, dat wil zeggen: de bereidheid tonen de taal van het ontvangend land te leren. Daar staat de begeleiding op. Hoe zou je je kunnen inpassen in een nieuw land als je de taal niet spreekt of tenminste begrijpt? Hoe kan je deel gaan uitmaken van een nieuw land als je niet bereid bent de gewoonten en geplogenheden van dat land op te nemen? Daarvoor is de geboden tijd in Shelter 68 natuurlijk te kort. Ze komen ’s avonds binnen, wassen, eten en slapen en de leiding is er om een – zelden – dreigend brandje te onderdrukken.
Maar er zijn andere plaatsen waar intensiever aan de integratie kan worden gewerkt. En de weg daarnaartoe kan worden uitgelegd.
Vaak worden de illegalen van de straat gehaald door de politie en naar Shelter 68 gebracht. Dat is in feite de meest gangbare wijze om de weg naar ons te vinden. De politie kan hen brengen tot 3 uur ’s morgens.
Er zijn 80 slaapplaatsen en die liggen elke nacht vol. Oorspronkelijk waren er 50 voorzien maar door gebrek aan slaapplaatsen werden er bedden bijgezet in de eetzaal. Nood breekt nu eenmaal wet.
Op de eerste verdieping is ‘Outreach’ gevestigd, een afdeling zich bezig houdt met het onderzoek naar de staat en herkomst van de bezoekers. Dat is een moeizame, langdurige en soms een hopeloze zoektocht. Je moet een kat een kat noemen, je bent nooit zeker of diegene die voor je zit de waarheid spreekt, als je hem al verstaat.
Outreach houdt zich ook intens bezig met het zoeken naar vreemdelingen in straten en vooral in stations, tot in de diepe krochten op niveau –1 en –2 waar een doorsnee mens nooit een voet zet. Outreach wijst hun de weg naar de Shelter, maar ze kunnen niet dwingen.
In beginsel wordt van de illegalen verwacht dat ze zelf hun weg zoeken in onze maatschappij en een manier om zich in te passen. De Shelter tracht in de mate van het mogelijke hulp te bieden maar de marge is beperkt.
Er is samenwerking met Atlas in de Carnotstraat, een organisatie voor vreemdelingen die werkt aan taalleer, integratie en werk. Mensen die zich hebben aangeboden bij Atlas worden uitgenodigd om, indien ze dat willen, naar de Shelter, en een nuttige tijdsbesteding te hebben. Maar ja, dat is dan vooral in de logistiek en heel tijdelijk. Het is ook zeker niet de bedoeling dat ze zouden gaan denken dat het een vaste job is en zich daarin nestellen. Iets anders kan hen niet worden aangeboden. Het is trouwens al positief als ze daarin willen meegaan. Hoe je het ook draait of keert, zegt een medewerker, als wij ze hier niet éven aan het werk kunnen krijgen, wat zouden ze dan in de privé-sector of elders gaan zoeken?
Shelter 68 biedt ook de kans aan strafrechtelijk veroordeelden, die een werkstraf zijn opgelegd, deze straf in de instelling te volbrengen. Voorts komen er ook ex- verslaafden aan bod. Zij houden de boel proper en naar verluid doen ze dat met verve. Daarom wordt ook positief gereageerd op die tijdelijke helpers. Het komt hier op neer: geef een mens een zinvolle tijdsbestijding, een werk waarmee hij zich nuttig voelt en het wordt een heel ander mens.
Het is duidelijk: de werking van Shelter 68 is, zoals andere sociale instanties, dringend nodig. En de betrachting is veelwaardig. De illegalen worden van straat gehaald en, we moeten er geen doekjes om winden, het is een doorgedreven manier om een oog in het zeil te houden en op een menselijke wijze een groep mensen, die anders stuurloos in en onder de stad zou rondwaren, te controleren. Een maatschappij mag én moet zich indekken en beschermen.
Er is één minpunt aan het project maar wel een belangrijk item: het project is beperkt in duur. Op 31 maart 2012 zal het ophouden te bestaan. Maar de toestroom van vreemdelingen en de daarmee gepaard gaande problematiek zal niet ophouden, wel in tegendeel, het zal steeds in opgaande lijn gaan. Er zal geen einde komen aan de illegale immigratie. En de problemen zullen daarmee eveneens toenemen. Het is niet omdat mag worden verondersteld dat op 1 april de koude wel zijn ergste uitwassen zal hebben gehad en de lente en de warmte enig soelaas zal brengen, dat daarmee de mensen weer aan de straten moeten worden toevertrouwd. Dat ze weer duistere sluipwegen en donkere holen gaan opzoeken.
Dit zou pas betekenen dat het gedurende maanden verrichte werk en het opgezette netwerk voor niets is geweest, dat het in het beste geval zou gaan sluimeren, om de draad opnieuw op te nemen op 1 december 2012.
We moeten goed beseffen dat aan de instroming geen einde komt, zeker niet in Europees verband, en al zeker niet in de huidige wereldconstellatie.
Mensen uit Afrika, uit Afghanistan, Syrië, Egypte, Libië… hebben geen boodschap aan de melding dat Europa in een diepe, financiële crisis is gesukkeld en zelf kampt met enorme problemen. De illegalen zijn dergelijke toestanden en erger gewend. Voor hen is Europa én België nog altijd een plaats waar er wat te krijgen valt. In alle geval is het beter dan het thuisland. Dus zullen ze de overstap blijven zetten. Ze verliezen er niets bij, zelfs niet eens een geschonden illusie. Al moeten ze in stations slapen op niveau’s –1 en –2, ze horen tenminste geen kogels meer.
Het woord is aan de politici, zij hebben de gegevens geschapen, ze moeten ook de verdere gevolgen en onder ogen zien en de verantwoordelijkheid dragen.
De stad Antwerpen moet zich richten op de toekomst. Misschien zou er een nieuwe, blijvende locatie moeten worden gezocht, ergens meer stadinwaarts, een plaats ook waar meer onderkomens kunnen worden ondergebracht. We mogen de ogen niet sluiten voor een dringende nood die gestaag zal stijgen.
Indien de aangevatte reactie van de Stad Antwerpen en de gevolgde werkwijze niet worden bestendigd is de enige weg die nog rest: het creëren van oncontroleerbare en ongecontroleerde ghetto’s, met alle gevolgen van dien. Iedereen heeft een vermoeden van wat een dergelijke situatie inhoudt: het is de kortste en snelste weg naar wetteloosheid, wederrechtelijk gedrag. Is iedereen bereid daarmee te leven, elke dag een ernstig gevoel van onbehagen en onveiligheid te ondergaan?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten