Onze Shelter heeft ruim 65 overnachtingsplaatsen. Binnenkort nog meer. Iedere avond krijgen onze gasten een avondmaal en de mogelijkheid tot douchen en kleren wassen. Tweemaal per week is er mogelijkheid tot doktersvisite (Dokters van de wereld) of een bezoek aan de vrijwillige kapper (Inloophuis De Steenhouwer).
Het is belangrijk dat onze overnachters zich goed in hun vel voelen, want dan is het ook makkelijker om na te denken en te praten over een valabel toekomstperspectief, weg van de straat: op korte termijn onderdak vinden, reële kansen op verblijfspapieren en werk of de terugkeer naar het land van herkomst.
Iedere dag wordt ons opvangcentrum grondig gekuisd, afwisselend een professionele firma of door Buro Aktief van Free Clinic. En het moet gezegd, we zijn héél erg tevreden over het geleverde werk van Buro Aktief.
Iedere woensdag en vrijdag komt een ploeg van 8 tot 12 schoonmakers onder leiding van Ivo, Fred, Dave, Pia, David of Rein het hele gebouw van onder tot boven aanpakken. Er wordt geveegd, geschrobd, gezeemd en gepoetst dat het een lieve lust is. We zijn gecharmeerd door de toffe werksfeer en de hoge kwaliteit van het werk. Een shelter voor daklozen kuisen is geen evidente opdracht, toch brengt deze knappe werkploeg het iedere keer tot een goed einde. Dit is professioneel niveau!
Daarom willen we het ook graag op onze blog laten weten: Buro Aktief van Free Clinic is een aanrader.
Deze klant is fan!
Buro Aktief is een activeringsproject van Free Clinic, begeleidingscentrum voor druggebruikers. Buro aktief werkt met een soort daglonersysteem, zoals in de haven met dokwerkers gebeurt. Shelter 68 is een heel tevreden klant.
Een blog over het reilen en zeilen van de Antwerpse Winterwerking binnen CAW De Terp.
dinsdag 31 januari 2012
donderdag 26 januari 2012
Koolstofmonoxide
Woensdag 25 januari was een speciale dag. Om maar ineens met de deur in huis te vallen: "Ik heb het leven van 4 poolse mannen gered!"
Toen ik aan het werk was in onze shelter 68 kwam een jongen binnengelopen. Hij was in alle staten. "Bel de ambulance", riep hij! Er lag blijkbaar een man met een epileptieaanval in het schip op het kanaal recht tegenover onze shelter. Ik sprintte er naartoe, kroop van de ene boot op de andere en probeerde niet in het water te vallen. Ik wist niet waar ik terecht ging komen maar het was echt beangstigend.
Het schip was een ijzeren bunker. Het stonk er naar vernis en gas. Na het afdalen van een ijzeren trap kwam ik in een klein kotje van 2 vierkantemeter. Er lag een gast op de grond. Hij was aan het bibberen, aan het zweten, had het koud en klaagde van hoofdpijn.
Dit was duidelijk geen epileptieaanval. Er klopte iets niet in die ruimte. Er stond een gasfles met een kachel op en de ruimte stond vol met kaarsen. Effe gecheckt of de gasfles gesloten was. Het was er best gezellig maar ik had al een zeer ongezonde lucht opgemerkt. Zonder mijn medeweten beldde de pool de politie. Ik had alles onder controle 'dacht ik'. Een combi was onderweg. Buiten aan de boot wachte ik de politie op. Toe ze er waren, gingen we samen terug de boot in.
Samen met de politieagent overliep ik de situatie. Zijn de mannen zat? Zijn ze ziek? Hebben ze iets gepakt? De politieman sprak het woord uit: 'koolstofmonoxide'. Na de uitspraak van dit woord kwamen we in actie. Die polen moeten hierbuiten! zei ik. Met de zwakste pool op mijn schouders proberen we het schip te verlaten. Ja dat was gymnastiek met straalbezopen mannen die ook nog versuft waren van de CO. De mannen werden in de ambulance geladen. Een pool zei tegen mij: ‘merci misses capoeira for saving my life.’
Ik dacht bij mezelf: "oei was de situatie zo ernstig?"Ondertussen waren de mannen van de pers ook van de partij. De agenten konden daar niet mee lachen en stuurden hem wandelen. De brandweer kwam met een ploeg van 10 man, om de situatie te screenen. Het schip werd met een gigantische spot beschenen. Even later kwam een brandweerman uit het schip gekropen. Het meetmachien zei 600ppm. Bij 300 ppm ben je al in een gevaarlijk, dodelijke situatie. Het was officieel. De mannen werden afgevoerd naar het ziekenhuis. Samen met de politieagent moest ik ook gechekt worden op co.
Ik had even een tussenstop gemaakt in de shelter. Mijn collega's verschoten. Ze hadden helemaal niet verwacht dat ik in zo'n reddingsoperatie verzeilt was geweest. Mijn co-gehalte in mijn bloed was verhoogd. Dat van de politieagent ook. Maar de andere polen heb ik gered van de dood en van een chronische ziekte aan bijvoorbeeld hun hart, want hun ppm was boven de 20 wat bij sommige mensen al tot bewusteloosheid kan leiden.
Ik heb 2 uur aan een zuurstofmasker gelegen en om 11u werd er gezegd dat ik naar huis kon gaan. Normaal gezien moest ik terug de nacht op maar ik had nog altijd een lichte hoofdpijn dus mocht ik van Hayet naar huis. Dan het beste en liefste van heel de avond. Hayet de teamcoördinator is me van het ziekenhuis naar huis gaan brengen. Het is een schat van een madam. De arts in het ziekenhuis zei het zo : proficiat je leeft nog en je hebt het leven van 4 Poolse mannen gered. Als ik een half uur later was geweest waren ze er niet meer geweest...
maandag 23 januari 2012
Karaoke
Vrijdagavond in de slachthuislaan 68. Mijn collega en ik vallen van het ene gesprek in het andere. Ook collega's van de shelter zitten hier en daar met iemand een babbeltje te doen. Er hangt een levendige maar aangename sfeer. We zoeken samen oplossingen voor kleine en grotere problemen.
Leen heeft vandaag karaoke op het programma staan. Vlaams liedjes. Moedig neemt ze de microfoon ter hand en onze Issa staat haar bij. Het vlot niet erg. Maar dan komt Y. de dames ondersteunen. Wanneer er overgeschakeld wordt naar wat stevigere rock muziek komt de ambiance op gang.
Mijn collega en ik trekken er nog even op uit. Problemen gesignaleerd. We nemen even poolshoogte. We merken op en besluiten maandag wat vroeger terug te komen.
Wanneer we terug komen is het bijna bedtijd. We wensen iedereen goeie nacht. S. staat in zijn gezellige streepjespyama. Twee weken geleden was er met S. amper een gesprek te voeren. Nu wenst hij me vrolijk goeie nacht.
Het is laat. Het lichaam wordt moe. Maar het hoofd bruist van de energie!
"Pas wanneer botsingen en conflicten er ook mogen zijn, kan je als groep verder komen. Voorbij de grenzen van het oude".
Het outreach-team
Leen heeft vandaag karaoke op het programma staan. Vlaams liedjes. Moedig neemt ze de microfoon ter hand en onze Issa staat haar bij. Het vlot niet erg. Maar dan komt Y. de dames ondersteunen. Wanneer er overgeschakeld wordt naar wat stevigere rock muziek komt de ambiance op gang.
Mijn collega en ik trekken er nog even op uit. Problemen gesignaleerd. We nemen even poolshoogte. We merken op en besluiten maandag wat vroeger terug te komen.
Wanneer we terug komen is het bijna bedtijd. We wensen iedereen goeie nacht. S. staat in zijn gezellige streepjespyama. Twee weken geleden was er met S. amper een gesprek te voeren. Nu wenst hij me vrolijk goeie nacht.
Het is laat. Het lichaam wordt moe. Maar het hoofd bruist van de energie!
"Pas wanneer botsingen en conflicten er ook mogen zijn, kan je als groep verder komen. Voorbij de grenzen van het oude".
Het outreach-team
woensdag 18 januari 2012
Dreamteam
Stress. Weinig slaap. De nacht doorbrengen met mensen waar je niet voor kiest. Gebrek aan privacy. Geldzorgen. Jezelf niet volledig kunnen zijn. Voor iedereen wel eens herkenbaar, voor onze mannen dagelijkse realiteit in al zijn facetten. Het gaat er dan soms ook heftig aan toe want de lontjes zijn kort. Onze empathie is groot, onze blik open, maar toch blijft het een uitdaging om dagelijks te motiveren, stimuleren, luisteren en begrip op te brengen voor het ene conflict na het andere. Meestal kleine conflictjes die uitvergroot worden en waar het dan onze taak is ze weer in perspectief te krijgen. Soms grote problemen waar we enkel een luisterend oor aan kunnen bieden of voorzichtig advies geven. Een natte toilet-bril, een verdwenen gsm, een verkeerd programma op tv, maar ook de angst om weer op straat te moeten slapen, hoe een job vinden zonder adres, het samenleven in een multiculturele groep. En elke dag staat mijn team er, met grenzeloos geduld, creatieve inzet en een ongelofelijke dosis enthousiasme. Ik wil ze daar graag een keertje voor bedanken dus bij deze: Boomerangskes, jullie doen dat fantastisch! Bedankt voor de fijne samenwerking, jullie zijn mijn 'Dream Team'!
dinsdag 17 januari 2012
Toekomstperspectieven?
De Winterwerking is precies halverwege vandaag. In de shelter heb ik het gevoel alsof ik elke greep op de tijd kwijt ben. Kerst en Nieuwjaar kwamen en gingen. Blij dat die dagen van overdaad en pakjesgekte achter de rug zijn. Nu is de menigte weer op koopjesjacht, en tegen de lente belanden al die overbodige, afgedankte spullen, in 't beste geval, in een kring- of weggeefwinkel. Voor daklozen vaak de enige manier om aan een warme winterjas of een degelijk paar schoenen te geraken, om de winterkou enigszins te kunnen trotseren.
Als kind hoopte ik altijd op een winter met veel sneeuw. Zo'n witte wereld is magisch, maar tegelijkertijd is het een harde periode voor zij die buiten moeten overleven.
Sinds ik in Shelter68 werk, besef ik pas hoevéél dat er zijn: jonge mensen, ouderen, erg zieke of mindervalide mensen zoals meneer W., door een vreselijk arbeidsongeval. En omdat hij illegaal is en in het zwart werkte, heeft hij nergens recht op. Echt een tragisch verhaal, en spijtig genoeg niet het enige.
Elke dag worden we met diep menselijke ellende geconfronteerd en het enige wat we hen kunnen bieden is onderdak voor deze winter. Zo hebben we getraumatiseerde mensen uit oorlogsgebieden die hun land zijn ontvlucht in de hoop hier een veiliger bestaan te kunnen leiden. Of mensen die naar ons land zijn gesmokkeld, om te werken voor een hongerloon en nadien aan hun lot worden overgelaten, zoals meneer C, totaal ontredderd op straat gegooid door z'n ex-baas. In een vreemd land, waar hij niemand verstaat en waar niemand hèm verstaat, hoe maakt zo iemand z'n behoeftes duidelijk?! Hoe geïsoleerd moet hij zich hier voelen? Hij droomt er dan ook van om zo spoedig mogelijk terug te kunnen keren naar China. Zijn droom wordt weldra werkelijkheid, z'n vliegreis huiswaarts is geboekt. "Blije hereniging met je familie en véél geluk Meneer C!".
Een week na de opstart van de winter nachtopvang was tweederde van de 60 bedden al bezet, en sinds een week is een onbeslapen bed een uitzondering. Het is iets waar we telkens weer tegenop kijken: "mensen moeten weigeren, omdat er geen plaats meer is", en dan is het nog niet eens aan het vriezen. Gelukkig maar! De nacht op straat moeten doorbrengen is zo al erg genoeg. We lezen elke winter dat er daklozen zijn doodgevroren, een schande dat zoiets elk jaar opnieuw kan gebeuren!
Ik vraag me soms af of al die vrome burgers ooit stilstaan bij het lot van hun minder fortuinlijke medemens. Terwijl zij met hun buikje rond gegeten lekker onder de dons kruipen, trekt even verderop in een tochtig portaal een dakloze wat kartonnen dozen over zich heen en probeert in slaap te geraken met een knorrende maag en verkleumde voeten in natte sokken en kapotte schoenen.
Op weg naar de Shelter 's ochtends, kom ik vaak één van onze oudere gasten tegen, "Ravi Shankar" noem ik hem, hoofd diep gebogen, schuifelt hij verder, terug de anonimiteit van de grootstad in. Aan elke hand een grote plastic zak: "Zijn hele leven zit in die twee zakken", denk ik dan. Vanavond komt hij precies zo weer terug, en morgen, en overmorgen, en de dag nadien, tot 31 maart.. "Wààr gaat hij nadien naartoe kunnen?!" vraag ik me nu al soms af.
Zou hij daar zelf ook bij stilstaan? Of is vooruitblikken in de toekomst te angstaanjagend, is het een luxe voorbehouden aan mensen die perspectieven hebben om naar uit te kijken?
Men beweert dat armoede "relatief" is, dat arm zijn in een welvaartstaat niet kan vergeleken worden met armoede in een derdewereldland, maar is armoede niet àltijd "als een paria moeten zien te overleven aan de rand van de samenleving die je uitsluit?!".
Het valt me steeds weer op dat degenen met de meeste vooroordelen tegenover "de daklozen" vaak de welgestelden zijn die zelden écht zijn geconfronteerd met dit soort miserie. Tegen die mensen zou ik willen zeggen: "raap de moed bijeen om je blik eens te richten op een dakloze, en hem aan te kijken van mens tot mens. Luister eens naar zijn of haar levensverhaal. Zoek morgen een andere dakloze op, en de dag nadien nog een, en als je naar al die verschillende verhalen hebt geluisterd, denk dan nog eens opnieuw na of het allemaal wel écht hun eigen schuld is, en dat zoiets jou nooit zal overkomen".
"Kopen ze toch maar alleen een blikske Cara pils, of wodka, of tabak als ge hen geld geeft", bedenk dan even dat "dàt" vaak het énige pleziertje is dat zij zich kunnen veroorloven. Wie zijn wij dan om hen te verwijten dat ze de realiteit willen ontvluchten, de kou niet meer willen voelen, even niet meer aan morgen denken, de uitzichtloosheid van hun bestaan even vergeten? Velen zijn ontheemd, vervreemd van hun cultuur en niet thuis in de onze. Schrijnend eenzaam, maar stérk, want ondanks het stigma dat op deze mensen rust, zijn zij allesbehalve zwak. Als je zwak bent, overleef je immers niet op straat.
De 60 mensen die deze winter bij ons in de shelter overnachten zijn zij die het geluk hebben de 4 zwaarste maanden van't jaar even tot rust en op kracht te kunnen komen in een warme omgeving. Maar voor elke gelukkige zijn er anderen die letterlijk en figuurlijk heel de winter op straat blijven staan. "De Jan, diene heeft sjans gehad: begin december kwam hij in de shelter terecht, via een straathoekwerker, helemaal onderkomen, ziek, en vuil. Nu moet ge hem eens zien: z'n haar geknipt, gewassen, geschoren, ... precies ne nieve! Met z'n hoofd opgeheven en ne glimlach op z'n gezicht".
Hoe kan het ook anders met zoveel jong enthousiasme in huis en een strenge, maar rechtvaardige begeleidster met een grote mond, maar een nog groter hart!
Reintje,
Dispatch
Als kind hoopte ik altijd op een winter met veel sneeuw. Zo'n witte wereld is magisch, maar tegelijkertijd is het een harde periode voor zij die buiten moeten overleven.
Sinds ik in Shelter68 werk, besef ik pas hoevéél dat er zijn: jonge mensen, ouderen, erg zieke of mindervalide mensen zoals meneer W., door een vreselijk arbeidsongeval. En omdat hij illegaal is en in het zwart werkte, heeft hij nergens recht op. Echt een tragisch verhaal, en spijtig genoeg niet het enige.
Elke dag worden we met diep menselijke ellende geconfronteerd en het enige wat we hen kunnen bieden is onderdak voor deze winter. Zo hebben we getraumatiseerde mensen uit oorlogsgebieden die hun land zijn ontvlucht in de hoop hier een veiliger bestaan te kunnen leiden. Of mensen die naar ons land zijn gesmokkeld, om te werken voor een hongerloon en nadien aan hun lot worden overgelaten, zoals meneer C, totaal ontredderd op straat gegooid door z'n ex-baas. In een vreemd land, waar hij niemand verstaat en waar niemand hèm verstaat, hoe maakt zo iemand z'n behoeftes duidelijk?! Hoe geïsoleerd moet hij zich hier voelen? Hij droomt er dan ook van om zo spoedig mogelijk terug te kunnen keren naar China. Zijn droom wordt weldra werkelijkheid, z'n vliegreis huiswaarts is geboekt. "Blije hereniging met je familie en véél geluk Meneer C!".
Een week na de opstart van de winter nachtopvang was tweederde van de 60 bedden al bezet, en sinds een week is een onbeslapen bed een uitzondering. Het is iets waar we telkens weer tegenop kijken: "mensen moeten weigeren, omdat er geen plaats meer is", en dan is het nog niet eens aan het vriezen. Gelukkig maar! De nacht op straat moeten doorbrengen is zo al erg genoeg. We lezen elke winter dat er daklozen zijn doodgevroren, een schande dat zoiets elk jaar opnieuw kan gebeuren!
Ik vraag me soms af of al die vrome burgers ooit stilstaan bij het lot van hun minder fortuinlijke medemens. Terwijl zij met hun buikje rond gegeten lekker onder de dons kruipen, trekt even verderop in een tochtig portaal een dakloze wat kartonnen dozen over zich heen en probeert in slaap te geraken met een knorrende maag en verkleumde voeten in natte sokken en kapotte schoenen.
Op weg naar de Shelter 's ochtends, kom ik vaak één van onze oudere gasten tegen, "Ravi Shankar" noem ik hem, hoofd diep gebogen, schuifelt hij verder, terug de anonimiteit van de grootstad in. Aan elke hand een grote plastic zak: "Zijn hele leven zit in die twee zakken", denk ik dan. Vanavond komt hij precies zo weer terug, en morgen, en overmorgen, en de dag nadien, tot 31 maart.. "Wààr gaat hij nadien naartoe kunnen?!" vraag ik me nu al soms af.
Zou hij daar zelf ook bij stilstaan? Of is vooruitblikken in de toekomst te angstaanjagend, is het een luxe voorbehouden aan mensen die perspectieven hebben om naar uit te kijken?
Men beweert dat armoede "relatief" is, dat arm zijn in een welvaartstaat niet kan vergeleken worden met armoede in een derdewereldland, maar is armoede niet àltijd "als een paria moeten zien te overleven aan de rand van de samenleving die je uitsluit?!".
Het valt me steeds weer op dat degenen met de meeste vooroordelen tegenover "de daklozen" vaak de welgestelden zijn die zelden écht zijn geconfronteerd met dit soort miserie. Tegen die mensen zou ik willen zeggen: "raap de moed bijeen om je blik eens te richten op een dakloze, en hem aan te kijken van mens tot mens. Luister eens naar zijn of haar levensverhaal. Zoek morgen een andere dakloze op, en de dag nadien nog een, en als je naar al die verschillende verhalen hebt geluisterd, denk dan nog eens opnieuw na of het allemaal wel écht hun eigen schuld is, en dat zoiets jou nooit zal overkomen".
"Kopen ze toch maar alleen een blikske Cara pils, of wodka, of tabak als ge hen geld geeft", bedenk dan even dat "dàt" vaak het énige pleziertje is dat zij zich kunnen veroorloven. Wie zijn wij dan om hen te verwijten dat ze de realiteit willen ontvluchten, de kou niet meer willen voelen, even niet meer aan morgen denken, de uitzichtloosheid van hun bestaan even vergeten? Velen zijn ontheemd, vervreemd van hun cultuur en niet thuis in de onze. Schrijnend eenzaam, maar stérk, want ondanks het stigma dat op deze mensen rust, zijn zij allesbehalve zwak. Als je zwak bent, overleef je immers niet op straat.
De 60 mensen die deze winter bij ons in de shelter overnachten zijn zij die het geluk hebben de 4 zwaarste maanden van't jaar even tot rust en op kracht te kunnen komen in een warme omgeving. Maar voor elke gelukkige zijn er anderen die letterlijk en figuurlijk heel de winter op straat blijven staan. "De Jan, diene heeft sjans gehad: begin december kwam hij in de shelter terecht, via een straathoekwerker, helemaal onderkomen, ziek, en vuil. Nu moet ge hem eens zien: z'n haar geknipt, gewassen, geschoren, ... precies ne nieve! Met z'n hoofd opgeheven en ne glimlach op z'n gezicht".
Hoe kan het ook anders met zoveel jong enthousiasme in huis en een strenge, maar rechtvaardige begeleidster met een grote mond, maar een nog groter hart!
Reintje,
Dispatch
maandag 16 januari 2012
Stil staan...
Beste lezer,
Eén van onze vaste klanten is opgepakt door de politie en zit inmiddels in een gesloten asielcentrum.
De kans is groot dat hij wordt uitgewezen naar zijn land van herkomst. Terwijl hij dit helemaal niet wil.
Beste R,
Ik heb je je schoenen niet kunnen geven, maar ik wil wel stil staan en hopen dat je een weg vindt in de maalstroom van het leven. “
Van harte,
Guillaume
Eén van onze vaste klanten is opgepakt door de politie en zit inmiddels in een gesloten asielcentrum.
De kans is groot dat hij wordt uitgewezen naar zijn land van herkomst. Terwijl hij dit helemaal niet wil.
Beste R,
Ik heb je je schoenen niet kunnen geven, maar ik wil wel stil staan en hopen dat je een weg vindt in de maalstroom van het leven. “
Van harte,
Guillaume
vrijdag 13 januari 2012
Lachen is gezond
Heel de ochtend een vrolijk geroezemoes. Enkele gasten hadden gevraagd of ze vanavond een half uurt vroeger naar de Shelter mochten komen. "Om 'ons op te taloren"...
En daar gaan ze dan, 7 van onze mannen, in groep alsof ze elkaar al jaren kennen. Gisteren kregen we telefoon in verband met vrijkaarten voor een optreden van André van Duin in de Stadsschouwburg. Zomaar een cadeautje van de Steenhouwer... prachtig toch? Anderhalf uur lachen en nog dagen nagenieten, we gunnen het ze van harte!
En daar gaan ze dan, 7 van onze mannen, in groep alsof ze elkaar al jaren kennen. Gisteren kregen we telefoon in verband met vrijkaarten voor een optreden van André van Duin in de Stadsschouwburg. Zomaar een cadeautje van de Steenhouwer... prachtig toch? Anderhalf uur lachen en nog dagen nagenieten, we gunnen het ze van harte!
dinsdag 10 januari 2012
Dispatch in Shelter 68
Januari 2012; de tweede maand van Shelter 68!
De eerste dagen; overspoeld door namen. Soms onuitspreekbaar, soms fout gespeld, fout geschreven.
Namen die op lijsten moesten komen. Namen voor een bed!
Soms duiken er nieuwe namen op maar ik zie ook vaak dezelfde terugkeren. Ik begin ze te kennen. Ik ken voor - en - familienaam, nationaliteit. Ik kan ze uitspreken, ze klinken vertrouwd.
Ik verbeeld me een leven achter die namen, een mens, een geschiedenis.
Van de meeste ken ik de gezichten niet, alleen de naam.
Elke ochtend rond 9.00u stap ik van bus 2" en loop over de Slachthuislaan naar onze shelter. Onderweg passeer ik een aantal van onze gasten. We zeggen elkaar goeiedag. "Zou dat Abdel zijn, of Rachid, of Pjotr?" Ik weet het niet.
Ik weet alleen dat ze waarschijnlijk op de lijst stonden en vannacht een bed hadden om te slapen, gelukkig maar, denk ik.
Ik arriveer in de shelter en zie mijn collega's druk in de weer met beddegoed, met het oplossen van vragen, het vertrek van de gasten.
In de refter drinkt een groepje Polen zijn laatste koffie, keuvelen wat Marokkaanse gasten en hoor ik her en der Engelse conversaties.
En dan plots: een gezicht! Een gezicht achter een naam! Een Chinese man! Er staat maar èèn Chinese naam op de lijst, dus dat is het gezicht achter die naam. En ik zie hem zitten; thuisloos, dakloos, taalloos. En ik vraag me af "hoe komt die man hier? Wat hoopt hij hier te vinden? Geraakt hij ooit 'thuis'? Hoe eenzaam!
En het houdt me bezig; de lijst met een kamer - en bednummer èn het leven van die man.
De keet loopt leeg. Ik bekijk de lijst van de nachtploeg. Drie personen aangevinkt als afwezig. Oei, denk ik, de Jozef was er niet, den Abdel en de Queequo ook niet. Zijn ze er niet geraakt? Is er iets gebeurd? Waar hebben ze geslapen? Hopelijk hebben ze straks nog plaats als ze zich opnieuw aanmelden!
Maar het is een nieuwe dag, een nieuwe lijst met vertrouwde en nieuwe namen en opnieuw die lastige mathematische vraag: hoe krijg je 100 mensen in 60 bedden?
Marijke, dispatch Shelter 68
De eerste dagen; overspoeld door namen. Soms onuitspreekbaar, soms fout gespeld, fout geschreven.
Namen die op lijsten moesten komen. Namen voor een bed!
Soms duiken er nieuwe namen op maar ik zie ook vaak dezelfde terugkeren. Ik begin ze te kennen. Ik ken voor - en - familienaam, nationaliteit. Ik kan ze uitspreken, ze klinken vertrouwd.
Ik verbeeld me een leven achter die namen, een mens, een geschiedenis.
Van de meeste ken ik de gezichten niet, alleen de naam.
Elke ochtend rond 9.00u stap ik van bus 2" en loop over de Slachthuislaan naar onze shelter. Onderweg passeer ik een aantal van onze gasten. We zeggen elkaar goeiedag. "Zou dat Abdel zijn, of Rachid, of Pjotr?" Ik weet het niet.
Ik weet alleen dat ze waarschijnlijk op de lijst stonden en vannacht een bed hadden om te slapen, gelukkig maar, denk ik.
Ik arriveer in de shelter en zie mijn collega's druk in de weer met beddegoed, met het oplossen van vragen, het vertrek van de gasten.
In de refter drinkt een groepje Polen zijn laatste koffie, keuvelen wat Marokkaanse gasten en hoor ik her en der Engelse conversaties.
En dan plots: een gezicht! Een gezicht achter een naam! Een Chinese man! Er staat maar èèn Chinese naam op de lijst, dus dat is het gezicht achter die naam. En ik zie hem zitten; thuisloos, dakloos, taalloos. En ik vraag me af "hoe komt die man hier? Wat hoopt hij hier te vinden? Geraakt hij ooit 'thuis'? Hoe eenzaam!
En het houdt me bezig; de lijst met een kamer - en bednummer èn het leven van die man.
De keet loopt leeg. Ik bekijk de lijst van de nachtploeg. Drie personen aangevinkt als afwezig. Oei, denk ik, de Jozef was er niet, den Abdel en de Queequo ook niet. Zijn ze er niet geraakt? Is er iets gebeurd? Waar hebben ze geslapen? Hopelijk hebben ze straks nog plaats als ze zich opnieuw aanmelden!
Maar het is een nieuwe dag, een nieuwe lijst met vertrouwde en nieuwe namen en opnieuw die lastige mathematische vraag: hoe krijg je 100 mensen in 60 bedden?
Marijke, dispatch Shelter 68
Een hartverwarmend dankjewel aan de gulle sponsors van het Shelter68-Kerstmaal!
Via deze weg danken we jullie van ganser harte voor al het lekkers en gezonds dat de dag voor kerst door jullie werd geschonken aan de Shelter. Mede dankzij jullie steun hebben wij 60 van onze gasten een fantastisch lekker feestmaal kunnen voorschotelen.
Daarom namens ons allemaal: "Dankjewel - Chokran - Dziekuje - Gracias - Thank you!"
Haiyet, Katrien, Guillaume, Bregt, Leen, Wim, Steven, Stefanie, Patrick, Oksana, Sjouke, Peter, Cindy, Enya, Marijke, Reintje, en al onze Wintergasten
Daarom namens ons allemaal: "Dankjewel - Chokran - Dziekuje - Gracias - Thank you!"
Haiyet, Katrien, Guillaume, Bregt, Leen, Wim, Steven, Stefanie, Patrick, Oksana, Sjouke, Peter, Cindy, Enya, Marijke, Reintje, en al onze Wintergasten
zaterdag 7 januari 2012
Gedicht vanuit Shelter Boomerang
Onze shelter is niet alleen een plek waar gekaart wordt, TV gekeken, gediscussieerd, gepraat, gelachen, gehuild...maar sinds vandaag ook een plek waar poëzie tot stand kan komen.
Een van de mannen kwam me pen en papier vragen en toverde volgende indrukwekkende tekst uit zijn pen:
"De tijd
Een leven verloren in een stad waar men soms doelloos rijdt.
Een gevoel van onbehagen als je het verlorene zoekt in ongrijpbare tijd.
Aaneengeregen dagen van onbesef, van onwetendheid in een dolgedraaide wereld.
Hallucinante momenten die je doen verlangen naar innerlijke rust, weg van zinloos geweld.
Een gebroken jaar, een stuk verloren leven tussen wervelende en overheersende machten.
Rusteloos en soms bevreesd waren de massaal droge, maar bestérde nachten.
Het einde dat als een onzichtbaar fantoom nadert, brengt nieuwe druk met zich mee.
Enig soelaas echter is het lijdzaam afwachten van een onzekere toekomst in deze woelige tijden,
een pion in een mensenzee.
Momenten van rust op zeldzame plaatsen, koesterend in de diepte van je ziel;
Niet het verkrijgen van vernieuwde tijd is belangrijk, maar positief ermee werken is nodig,
net als een oud beroep of stiel.
Pas wanneer men echter begrijpt dat tijd niet echt bestaat, dan leert men ook
dat het leven immer verder gaat."
Bedankt!
Een van de mannen kwam me pen en papier vragen en toverde volgende indrukwekkende tekst uit zijn pen:
"De tijd
Een leven verloren in een stad waar men soms doelloos rijdt.
Een gevoel van onbehagen als je het verlorene zoekt in ongrijpbare tijd.
Aaneengeregen dagen van onbesef, van onwetendheid in een dolgedraaide wereld.
Hallucinante momenten die je doen verlangen naar innerlijke rust, weg van zinloos geweld.
Een gebroken jaar, een stuk verloren leven tussen wervelende en overheersende machten.
Rusteloos en soms bevreesd waren de massaal droge, maar bestérde nachten.
Het einde dat als een onzichtbaar fantoom nadert, brengt nieuwe druk met zich mee.
Enig soelaas echter is het lijdzaam afwachten van een onzekere toekomst in deze woelige tijden,
een pion in een mensenzee.
Momenten van rust op zeldzame plaatsen, koesterend in de diepte van je ziel;
Niet het verkrijgen van vernieuwde tijd is belangrijk, maar positief ermee werken is nodig,
net als een oud beroep of stiel.
Pas wanneer men echter begrijpt dat tijd niet echt bestaat, dan leert men ook
dat het leven immer verder gaat."
Bedankt!
donderdag 5 januari 2012
Bloembollen
Daar komt hij binnen gestapt, stralend, beetje waggelend, met een volle zak in zijn hand. "Ik was aan het station en daar stonden straathoekwerkers chocomelk en bloembollen te verkopen voor de daklozen. Ik ben ernaar toegestapt en heb gezegd: 'hallo, ik ben zelf dakloos en verblijf in de shelter Boomerang. Die mensen daar doen veel meer voor ons dan ze moeten en ik wil die daar graag voor bedanken. Mag ik een paar bloembollen aub?'"
En zo geschiedde. Voor elk van ons een potje. En een knuffel. Intussen zijn de bloembollen verandert in prachtige bloemetjes die in verschillende woonkamers kleur brengen -en zoveel meer...
En zo geschiedde. Voor elk van ons een potje. En een knuffel. Intussen zijn de bloembollen verandert in prachtige bloemetjes die in verschillende woonkamers kleur brengen -en zoveel meer...
woensdag 4 januari 2012
Shelter 68 van Oud naar Nieuw.
Terwijl de meeste burgers een ‘klassieke’, doorsnee oudejaarsavond vierden in gezelschap van warme familie en/of vrienden, probeerden ook wij onze gasten te verwennen. Oudejaar in Shelter 68 is toch anders dan de andere avonden. Veel gasten konden niet weerstaan aan de verleiding zich in het feestgewoel van de Antwerpse binnenstad te begeven. Zij hadden een avond en nacht ‘vrij’ gevraagd van alle beddenregistratie en afspraken. Voor het resterend aantal aanwezigen probeerden we met bescheiden middelen toch wat extra warmte en gezelligheid te bieden.
Haiyet - onze teamverantwoordelijke - verzorgde samen met onze immer kwieke vrijwilliger Peter de culinaire verwennerijen: verse groentesoep, rijst, kippenboutjes en een tomatensausje, giften in de vorm van verschillende broodjes en gebakjes, Poolse worsten en frisdranken. Ondertussen keken we een film (zoals elke avond), speelden wat gezelschapsspelletjes en keuvelden wat onderling. Eigenlijk ging alles zijn gewone gangetje in een relaxte, aangename, ietwat aangepaste sfeer.
Wat echter opviel is de sluimerende weemoed bij het gros van de wat oudere Polen. Sommigen trachtten zich kranig te houden, maar je merkte toch dat ze het uitgerekend op dit soort feestavonden wat moeilijker krijgen: waterige oogjes, wat ingetogen blik, ... duidelijke symptomen die onze begeleiders het signaal gaven hen nog wat meer aandacht te geven.
Nadat het toetje (tiramisu) was verorberd en het klokslag twaalf uur was, aanschouwden we vanop de rokerskoer het vuurwerk dat zich vanuit alle hoeken van het luchtruim verspreidde.
Al bij al een aangename avond, op dat ene akkefietje na: een opstootje tussen een Afrikaanse en een Sloveense gast. Het was voornamelijk het gevolg van persoonlijke trots die door verkeerde woorden en communicatiemisverstanden werd geprikkeld. Na veel gediscussieer en dialoog loste onze medewerker Guillaume het voorval op ludieke wijze op, door de twee kemphanen zo ver krijgen samen, arm in arm op de foto te gaan. Helaas begaven de batterijen van het apparaat het juist op dat moment...
Nieuwjaar in Shelter 68 was anders, sereen, rustig, maar daarom niet minder waardevol. Los van het feit dat sommige gasten zich zoveel mogelijk van het ‘speciale’ van een oudejaarsavond wilden distantiëren, ervaar je als begeleider op zo'n avond een ander soort relatie. Inniger, met meer diepgang, zoals je elkaar omarmt bij het traditionele wensen voor een gloednieuw jaar, en waarbij je toch een wat onuitgesproken genoegdoening en dankbaarheid kan voelen. Iets wat mij op mijn beurt niet ongevoelig liet.
Daarvoor doen we het tenslotte: niet enkel het droogweg aanbieden van een bed, voedsel en basiscomfort, maar net zo goed een menselijke nood aan wat warmte, gezelschap, en – ondanks alle straatellende - het gevoel dat ook zij volwaardig mens zijn. Dat ze ertoe doen. Zo bieden we een alternatief voor het ‘familie gevoel’, dat voor de meeste burgers quasi vanzelfsprekend is.
Ter gelegenheid werd het dus later dan de afgesproken (om elf uur doven we normaal de lichten om onder de lakens te kruipen). Steven, Stefanie en ik keuvelden ter afsluiting nog wat evaluerend na. Moe, maar voldaan van een geslaagd Shelter-Oudejaar.
Op naar een nieuw jaar en klaar voor de tweede, ongetwijfeld weer boeiende maand binnen onze winterwerking.
Wim
dinsdag 3 januari 2012
Het bezinksel van de maatschappij?
Dat shelter 68 een tuin van eden, een stukje hemel op Aarde zou zijn, heeft geen mens ons bij de start proberen voor te liegen of wijs te maken. Zelf werden we trouwens voor dit tijdelijk project aangetrokken, omdat we vanuit onzer verschillende karakters en persoonlijkheden een hoge dosis realisme alsnog weten te verzoenen met een positief sociaal engagement naar onze gasten toe. Na een maand noodopvang -en met reeds een flink aantal "situaties" achter de kiezen- stemt het mezelf erg tevreden en hoopvol dat we als team duidelijk aan dezelfde kar trekken. Meer nog: we voelen goed aan wat we aan elkaar hebben en lijken ondertussen voldoende gerodeerd om ons huis op volle toeren te laten draaien. Een stevig, complementair team vormt zoals zo vaak de basis van een goede werking en is bij tijdelijke projecten als deze van cruciaal belang. Bij deze wens ik mijn collega's te bedanken voor de goede start en ben ik ervan overtuigd dat we deze lijn gaan doortrekken tijdens de eerste maanden van 2012!
"Is het dan al peis en vree daar in de slachthuislaan?" hoor ik u denken. Toch niet. Verre van zelfs. Ieder huisje heeft zijn kruisje en in ons huis leven dan nog eens meer dan tien verschillende culturen door, naast of met elkaar. Misverstanden, kleine ergernissen, conflicten trachten we als team tot een minimum te beperken, maar zijn -hoe kan het ook anders- moeilijk te vermijden.
Ik vraag me vaak af op welke manier ik zelf mijn plaats zou vinden in onze shelter, als ik in hun schoenen zou staan? En daarbij is het nog de vraag wiens schoenen ik zou aantrekken, want als er één cliché definitief de wereld uit mag, dan is wel het "dat die daklozen het allemaal aan zichzelf te danken hebben en dat ze allemaal verslaafde dronkaards zijn".
Veel verstand noch inlevingsvermogen heeft een mens niet nodig om binnen onze shelter de immense diversiteit op te merken (en wij hebben dan al een afgebakende doelgroep). Wat onze gasten bindt is hun precair verblijfsstatuut en het feit dat de ze bij ons tijdelijk terecht kunnen tijdens de koudste wintermaanden. Hun levensverhalen blijken echter zeer verschillend, net als hun verwachtingen voor de toekomst.
Dit gezegd zijnde, wil ik graag even mijn frustratie formuleren die opborrelde na het lezen van een lezersbrief in een Vlaamse krant. De lezersbrief kwam er als reactie op een reportage over het kerstdiner voor daklozen ergens in Antwerpen. De persoon in kwestie, die naar eigen zeggen "eens hét leven van dé dakloze (kent iemand die?) ging beschrijven", schrok er niet van terug zijn verhaal te vullen met stuitende clichés. Zo zou het gros van de Antwerpse daklozen iedere dag bedelen om zich met het gebedelde geld flink te bezatten en vervolgens weg te kruipen onder wat karton in een hoekje van het station... De stereotiepe dakloze schildert hij verder in zijn verhaal af als een ziektedrager en een parrasiet van de samenleving, want iedere man zou een deftige job moeten hebben en belastingen betalen.
De schrijver leeft blijkbaar met een utopisch droombeeld van wat een ideale samenleving is. Wat verderop in zijn verhaal gebruikt hij zowaar een metafoor: "De daklozen zijn het bezinksel van de maatschappij, hetgeen niemand wil hebben." Vreemd, want ik zie in onze shelter 68 vooral aangename mensen lopen die, ondanks hun miserie uit het verleden, hun uiterste best doen om niet bij de pakken te blijven zitten. Ik zie mensen openbloeien en elkaar steunen in deze moeilijke fase van hun leven. Ik zie dat het niet makkelijk is, maar dat de hoop zeker niet weg is. Ik zie ook veel jonge mensen, die ik soms graag een schop onder hun gat zou willen geven, maar die vooral minder levensgeluk hebben gekend dan mezelf. Een mindere opvoeding, foute vrienden, foute keuzes, brute pech, een ziekte, afgebroken relaties, het verliezen van geliefden of een job, op zoek naar een beter leven, op de vlucht voor geweld of oorlog. Er is geen eenduidige oorzaak van dakloosheid, en een eenduidige oplossing al zeker niet.
Als mens kan men enkel medeleven tonen voor een diverse groep die soms al veel te lang geen eigen plek, stek of bed heeft gehad. Voor mensen die de ultradiverse groep daklozen kortzichtig over dezelfde kam scheren alsof het één van 7 plagen van Egypte is, kan ik met de beste wil van de wereld geen respect opbrengen. Het bezinksel van de maatschappij stroomt wat mij betreft door deze mensen hun hersenpan, waar het verder verdacht hol klinkt.
Steven,
hulpverlener Shelter 68
"Is het dan al peis en vree daar in de slachthuislaan?" hoor ik u denken. Toch niet. Verre van zelfs. Ieder huisje heeft zijn kruisje en in ons huis leven dan nog eens meer dan tien verschillende culturen door, naast of met elkaar. Misverstanden, kleine ergernissen, conflicten trachten we als team tot een minimum te beperken, maar zijn -hoe kan het ook anders- moeilijk te vermijden.
Ik vraag me vaak af op welke manier ik zelf mijn plaats zou vinden in onze shelter, als ik in hun schoenen zou staan? En daarbij is het nog de vraag wiens schoenen ik zou aantrekken, want als er één cliché definitief de wereld uit mag, dan is wel het "dat die daklozen het allemaal aan zichzelf te danken hebben en dat ze allemaal verslaafde dronkaards zijn".
Veel verstand noch inlevingsvermogen heeft een mens niet nodig om binnen onze shelter de immense diversiteit op te merken (en wij hebben dan al een afgebakende doelgroep). Wat onze gasten bindt is hun precair verblijfsstatuut en het feit dat de ze bij ons tijdelijk terecht kunnen tijdens de koudste wintermaanden. Hun levensverhalen blijken echter zeer verschillend, net als hun verwachtingen voor de toekomst.
Dit gezegd zijnde, wil ik graag even mijn frustratie formuleren die opborrelde na het lezen van een lezersbrief in een Vlaamse krant. De lezersbrief kwam er als reactie op een reportage over het kerstdiner voor daklozen ergens in Antwerpen. De persoon in kwestie, die naar eigen zeggen "eens hét leven van dé dakloze (kent iemand die?) ging beschrijven", schrok er niet van terug zijn verhaal te vullen met stuitende clichés. Zo zou het gros van de Antwerpse daklozen iedere dag bedelen om zich met het gebedelde geld flink te bezatten en vervolgens weg te kruipen onder wat karton in een hoekje van het station... De stereotiepe dakloze schildert hij verder in zijn verhaal af als een ziektedrager en een parrasiet van de samenleving, want iedere man zou een deftige job moeten hebben en belastingen betalen.
De schrijver leeft blijkbaar met een utopisch droombeeld van wat een ideale samenleving is. Wat verderop in zijn verhaal gebruikt hij zowaar een metafoor: "De daklozen zijn het bezinksel van de maatschappij, hetgeen niemand wil hebben." Vreemd, want ik zie in onze shelter 68 vooral aangename mensen lopen die, ondanks hun miserie uit het verleden, hun uiterste best doen om niet bij de pakken te blijven zitten. Ik zie mensen openbloeien en elkaar steunen in deze moeilijke fase van hun leven. Ik zie dat het niet makkelijk is, maar dat de hoop zeker niet weg is. Ik zie ook veel jonge mensen, die ik soms graag een schop onder hun gat zou willen geven, maar die vooral minder levensgeluk hebben gekend dan mezelf. Een mindere opvoeding, foute vrienden, foute keuzes, brute pech, een ziekte, afgebroken relaties, het verliezen van geliefden of een job, op zoek naar een beter leven, op de vlucht voor geweld of oorlog. Er is geen eenduidige oorzaak van dakloosheid, en een eenduidige oplossing al zeker niet.
Als mens kan men enkel medeleven tonen voor een diverse groep die soms al veel te lang geen eigen plek, stek of bed heeft gehad. Voor mensen die de ultradiverse groep daklozen kortzichtig over dezelfde kam scheren alsof het één van 7 plagen van Egypte is, kan ik met de beste wil van de wereld geen respect opbrengen. Het bezinksel van de maatschappij stroomt wat mij betreft door deze mensen hun hersenpan, waar het verder verdacht hol klinkt.
Steven,
hulpverlener Shelter 68
Abonneren op:
Posts (Atom)

