woensdag 28 december 2011

Een getuigenis vanuit het outreachteam

Vrijdagavond op pad met een collega. We hebben als doel een man die in het Centraal station "verblijft". B. zit in een rolstoel, zijn hygiënische toestand is ronduit slecht. Al enkele dagen wordt hij vergezeld door M. die 10 jaar ouder is dan B. en wat lichaamsbouw betreft, duidelijk een lichtgewicht is. Voor vanavond en de volgende dagen is er voor beiden een bed gereserveerd in de nacht opvang.
 
Twee collega's van de outreach, een straathoekwerker en ikzelf hebben al druk heen en weer gebeld. Kwestie van de situatie zo goed mogelijk voor te bereiden en op te volgen.
Het enige dat ons vanavond nog te doen staat is vervoer zoeken. Een taxi die bereid is om deze man, in een duidelijk verwaarloosde toestand, te vervoeren.

De heren verwachten ons. We worden hartelijk begroet door B., wanneer we toekomen ter plaatse. Ik steek mijn hand uit naar M.. Schuchter beantwoord hij dit met een zachte handdruk. Het lijkt of ze helemaal klaar zijn om te gaan. Maar eerst wil B. dat ik de nachtopvang bel. Hij wil zeker zijn dat hij op de beneden verdieping kan slapen. Zo gezegd zo gedaan. De verantwoordelijke van de nachtopvang (B. is geen onbekende voor hen), vertelt dat hij indien mogelijk boven moet slapen. Zoals alle mannen. Als dit echter écht niet lukt, dan vinden ze wel een oplossing. Beneden dus. Ik geef de boodschap door, waarmee ik hem eigenlijk de pap in de mond geef. Hij weigert resoluut nog mee te gaan. Hij wil alleen maar mee als ik daar ter plaatse bevestig dat hij honderd procent zeker beneden mag slapen. Deze bevestiging kunnen we hem niet geven. M. staat er beteuterd bij.

 
We proberen nog om hem te overhalen. Het heeft geen zin. Hij garandeert ons dat ze geen kou zullen lijden. Ze zullen in de fietsenstalling slapen. Dicht bij elkaar.
We kijken hen na. De kleine, tengere man, die de grote man in de rolstoel moeizaam voor zich uit duwt.

Wanneer mijn collega en ik, met een andere man in ons kielzog (we escorteren hem naar de shelter), door het station wandelen, merken we de beide heren terug op.
Toch nog een poging wagen neem ik me voor. Maar het mag niet baten. Ik krijg te horen dat ze volwassen mannen zijn en zelf wel kunnen beslissen wat ze willen. Daar kan ik niet tegenin gaan (M. staat er nog steeds wat treurig bij, maar knikt toch bevestigend). B. vind het toch knap dat we het proberen. Hij wenst me, oprecht en vriendelijk, een fijne kerst." Tot volgende week", roept hij me nog na. Ik lach hem toe, wuif en we lopen door.

1 opmerking:

  1. Hoi mensen.
    Jullie lijken me zeer goed bezig, doe zo verder en hou vooral binnen het team ook de sfeer erin.
    Wel een grote bedoening dit jaar. Ik hoop dat jullie toch de kans krijgen om de gasten te leren kennen.
    Groeten
    Jan (vorig jaar coördinator van de poolshelter

    BeantwoordenVerwijderen