Dat shelter 68 een tuin van eden, een stukje hemel op Aarde zou zijn, heeft geen mens ons bij de start proberen voor te liegen of wijs te maken. Zelf werden we trouwens voor dit tijdelijk project aangetrokken, omdat we vanuit onzer verschillende karakters en persoonlijkheden een hoge dosis realisme alsnog weten te verzoenen met een positief sociaal engagement naar onze gasten toe. Na een maand noodopvang -en met reeds een flink aantal "situaties" achter de kiezen- stemt het mezelf erg tevreden en hoopvol dat we als team duidelijk aan dezelfde kar trekken. Meer nog: we voelen goed aan wat we aan elkaar hebben en lijken ondertussen voldoende gerodeerd om ons huis op volle toeren te laten draaien. Een stevig, complementair team vormt zoals zo vaak de basis van een goede werking en is bij tijdelijke projecten als deze van cruciaal belang. Bij deze wens ik mijn collega's te bedanken voor de goede start en ben ik ervan overtuigd dat we deze lijn gaan doortrekken tijdens de eerste maanden van 2012!
"Is het dan al peis en vree daar in de slachthuislaan?" hoor ik u denken. Toch niet. Verre van zelfs. Ieder huisje heeft zijn kruisje en in ons huis leven dan nog eens meer dan tien verschillende culturen door, naast of met elkaar. Misverstanden, kleine ergernissen, conflicten trachten we als team tot een minimum te beperken, maar zijn -hoe kan het ook anders- moeilijk te vermijden.
Ik vraag me vaak af op welke manier ik zelf mijn plaats zou vinden in onze shelter, als ik in hun schoenen zou staan? En daarbij is het nog de vraag wiens schoenen ik zou aantrekken, want als er één cliché definitief de wereld uit mag, dan is wel het "dat die daklozen het allemaal aan zichzelf te danken hebben en dat ze allemaal verslaafde dronkaards zijn".
Veel verstand noch inlevingsvermogen heeft een mens niet nodig om binnen onze shelter de immense diversiteit op te merken (en wij hebben dan al een afgebakende doelgroep). Wat onze gasten bindt is hun precair verblijfsstatuut en het feit dat de ze bij ons tijdelijk terecht kunnen tijdens de koudste wintermaanden. Hun levensverhalen blijken echter zeer verschillend, net als hun verwachtingen voor de toekomst.
Dit gezegd zijnde, wil ik graag even mijn frustratie formuleren die opborrelde na het lezen van een lezersbrief in een Vlaamse krant. De lezersbrief kwam er als reactie op een reportage over het kerstdiner voor daklozen ergens in Antwerpen. De persoon in kwestie, die naar eigen zeggen "eens hét leven van dé dakloze (kent iemand die?) ging beschrijven", schrok er niet van terug zijn verhaal te vullen met stuitende clichés. Zo zou het gros van de Antwerpse daklozen iedere dag bedelen om zich met het gebedelde geld flink te bezatten en vervolgens weg te kruipen onder wat karton in een hoekje van het station... De stereotiepe dakloze schildert hij verder in zijn verhaal af als een ziektedrager en een parrasiet van de samenleving, want iedere man zou een deftige job moeten hebben en belastingen betalen.
De schrijver leeft blijkbaar met een utopisch droombeeld van wat een ideale samenleving is. Wat verderop in zijn verhaal gebruikt hij zowaar een metafoor: "De daklozen zijn het bezinksel van de maatschappij, hetgeen niemand wil hebben." Vreemd, want ik zie in onze shelter 68 vooral aangename mensen lopen die, ondanks hun miserie uit het verleden, hun uiterste best doen om niet bij de pakken te blijven zitten. Ik zie mensen openbloeien en elkaar steunen in deze moeilijke fase van hun leven. Ik zie dat het niet makkelijk is, maar dat de hoop zeker niet weg is. Ik zie ook veel jonge mensen, die ik soms graag een schop onder hun gat zou willen geven, maar die vooral minder levensgeluk hebben gekend dan mezelf. Een mindere opvoeding, foute vrienden, foute keuzes, brute pech, een ziekte, afgebroken relaties, het verliezen van geliefden of een job, op zoek naar een beter leven, op de vlucht voor geweld of oorlog. Er is geen eenduidige oorzaak van dakloosheid, en een eenduidige oplossing al zeker niet.
Als mens kan men enkel medeleven tonen voor een diverse groep die soms al veel te lang geen eigen plek, stek of bed heeft gehad. Voor mensen die de ultradiverse groep daklozen kortzichtig over dezelfde kam scheren alsof het één van 7 plagen van Egypte is, kan ik met de beste wil van de wereld geen respect opbrengen. Het bezinksel van de maatschappij stroomt wat mij betreft door deze mensen hun hersenpan, waar het verder verdacht hol klinkt.
Steven,
hulpverlener Shelter 68
Geen opmerkingen:
Een reactie posten