De Winterwerking is precies halverwege vandaag. In de shelter heb ik het gevoel alsof ik elke greep op de tijd kwijt ben. Kerst en Nieuwjaar kwamen en gingen. Blij dat die dagen van overdaad en pakjesgekte achter de rug zijn. Nu is de menigte weer op koopjesjacht, en tegen de lente belanden al die overbodige, afgedankte spullen, in 't beste geval, in een kring- of weggeefwinkel. Voor daklozen vaak de enige manier om aan een warme winterjas of een degelijk paar schoenen te geraken, om de winterkou enigszins te kunnen trotseren.
Als kind hoopte ik altijd op een winter met veel sneeuw. Zo'n witte wereld is magisch, maar tegelijkertijd is het een harde periode voor zij die buiten moeten overleven.
Sinds ik in Shelter68 werk, besef ik pas hoevéél dat er zijn: jonge mensen, ouderen, erg zieke of mindervalide mensen zoals meneer W., door een vreselijk arbeidsongeval. En omdat hij illegaal is en in het zwart werkte, heeft hij nergens recht op. Echt een tragisch verhaal, en spijtig genoeg niet het enige.
Elke dag worden we met diep menselijke ellende geconfronteerd en het enige wat we hen kunnen bieden is onderdak voor deze winter. Zo hebben we getraumatiseerde mensen uit oorlogsgebieden die hun land zijn ontvlucht in de hoop hier een veiliger bestaan te kunnen leiden. Of mensen die naar ons land zijn gesmokkeld, om te werken voor een hongerloon en nadien aan hun lot worden overgelaten, zoals meneer C, totaal ontredderd op straat gegooid door z'n ex-baas. In een vreemd land, waar hij niemand verstaat en waar niemand hèm verstaat, hoe maakt zo iemand z'n behoeftes duidelijk?! Hoe geïsoleerd moet hij zich hier voelen? Hij droomt er dan ook van om zo spoedig mogelijk terug te kunnen keren naar China. Zijn droom wordt weldra werkelijkheid, z'n vliegreis huiswaarts is geboekt. "Blije hereniging met je familie en véél geluk Meneer C!".
Een week na de opstart van de winter nachtopvang was tweederde van de 60 bedden al bezet, en sinds een week is een onbeslapen bed een uitzondering. Het is iets waar we telkens weer tegenop kijken: "mensen moeten weigeren, omdat er geen plaats meer is", en dan is het nog niet eens aan het vriezen. Gelukkig maar! De nacht op straat moeten doorbrengen is zo al erg genoeg. We lezen elke winter dat er daklozen zijn doodgevroren, een schande dat zoiets elk jaar opnieuw kan gebeuren!
Ik vraag me soms af of al die vrome burgers ooit stilstaan bij het lot van hun minder fortuinlijke medemens. Terwijl zij met hun buikje rond gegeten lekker onder de dons kruipen, trekt even verderop in een tochtig portaal een dakloze wat kartonnen dozen over zich heen en probeert in slaap te geraken met een knorrende maag en verkleumde voeten in natte sokken en kapotte schoenen.
Op weg naar de Shelter 's ochtends, kom ik vaak één van onze oudere gasten tegen, "Ravi Shankar" noem ik hem, hoofd diep gebogen, schuifelt hij verder, terug de anonimiteit van de grootstad in. Aan elke hand een grote plastic zak: "Zijn hele leven zit in die twee zakken", denk ik dan. Vanavond komt hij precies zo weer terug, en morgen, en overmorgen, en de dag nadien, tot 31 maart.. "Wààr gaat hij nadien naartoe kunnen?!" vraag ik me nu al soms af.
Zou hij daar zelf ook bij stilstaan? Of is vooruitblikken in de toekomst te angstaanjagend, is het een luxe voorbehouden aan mensen die perspectieven hebben om naar uit te kijken?
Men beweert dat armoede "relatief" is, dat arm zijn in een welvaartstaat niet kan vergeleken worden met armoede in een derdewereldland, maar is armoede niet àltijd "als een paria moeten zien te overleven aan de rand van de samenleving die je uitsluit?!".
Het valt me steeds weer op dat degenen met de meeste vooroordelen tegenover "de daklozen" vaak de welgestelden zijn die zelden écht zijn geconfronteerd met dit soort miserie. Tegen die mensen zou ik willen zeggen: "raap de moed bijeen om je blik eens te richten op een dakloze, en hem aan te kijken van mens tot mens. Luister eens naar zijn of haar levensverhaal. Zoek morgen een andere dakloze op, en de dag nadien nog een, en als je naar al die verschillende verhalen hebt geluisterd, denk dan nog eens opnieuw na of het allemaal wel écht hun eigen schuld is, en dat zoiets jou nooit zal overkomen".
"Kopen ze toch maar alleen een blikske Cara pils, of wodka, of tabak als ge hen geld geeft", bedenk dan even dat "dàt" vaak het énige pleziertje is dat zij zich kunnen veroorloven. Wie zijn wij dan om hen te verwijten dat ze de realiteit willen ontvluchten, de kou niet meer willen voelen, even niet meer aan morgen denken, de uitzichtloosheid van hun bestaan even vergeten? Velen zijn ontheemd, vervreemd van hun cultuur en niet thuis in de onze. Schrijnend eenzaam, maar stérk, want ondanks het stigma dat op deze mensen rust, zijn zij allesbehalve zwak. Als je zwak bent, overleef je immers niet op straat.
De 60 mensen die deze winter bij ons in de shelter overnachten zijn zij die het geluk hebben de 4 zwaarste maanden van't jaar even tot rust en op kracht te kunnen komen in een warme omgeving. Maar voor elke gelukkige zijn er anderen die letterlijk en figuurlijk heel de winter op straat blijven staan. "De Jan, diene heeft sjans gehad: begin december kwam hij in de shelter terecht, via een straathoekwerker, helemaal onderkomen, ziek, en vuil. Nu moet ge hem eens zien: z'n haar geknipt, gewassen, geschoren, ... precies ne nieve! Met z'n hoofd opgeheven en ne glimlach op z'n gezicht".
Hoe kan het ook anders met zoveel jong enthousiasme in huis en een strenge, maar rechtvaardige begeleidster met een grote mond, maar een nog groter hart!
Reintje,
Dispatch
Geen opmerkingen:
Een reactie posten